Missie, visie en beleid

De Ivonne van de Ven Stichting zet zich in om de pijn, het verdriet, de wanhoop en de eenzaamheid, die met suïcidaliteit gepaard gaan bespreekbaar te maken en suïcides te voorkomen. Onze motivatie om ons in te zetten voor suïcidepreventie komt er uit voort dat we het verschrikkelijk vinden dat mensen een leven hebben dat eindigt in een suïcide, zowel voor henzelf als voor hun omgeving. De Ivonne van de Ven Stichting kiest voor een onafhankelijke rol als luis in de pels. We richten ons op beleidsmakers, hulpverleners en op een breed publiek.

Onze Missie

De Ivonne van de Ven Stichting wil suïcidepreventie permanent op de agenda zetten in onze samenleving. We bevorderen een maatschappelijk klimaat waarin de mythes rondom suïcidaliteit doorbroken zijn en suïcidaliteit bespreekbaar is. Een klimaat ook waarin mensen eerder bij elkaar om raad en steun kunnen en durven vragen. We streven naar een betere zorg aan mensen die professionele hulp nodig hebben. We vragen van professionele hulpverleners om daarbij intensief samen te werken met naasten. We bevorderen dat ook nabestaanden passende aandacht en zorg krijgen.

Onze visie op suïcidaliteit

Het probleem van suïcidaliteit in onze samenleving is omvangrijk en zeer ernstig. In de afgelopen jaren stierven er elk jaar meer mensen in Nederland door suïcide (suïcide is de “officiële” term voor zelfmoord en zelfdoding) dan het jaar daarvoor. In 2015 waren er 1871 mensen die overleden door suïcide. Maar niet alleen aan suïcide is een lijdensweg vooraf gegaan, dit geldt ook voor mensen die een suïcidepoging doen of aan suïcide denken. Jaarlijks doen ongeveer 140.000 mensen een suïcidepoging . Ruim  400.000 mensen overweegt ieder jaar om een einde aan hun leven te maken.

Ook onder naasten van mensen die suïcidaal zijn en nabestaanden van suïcide is er veel verdriet, onmacht en lijden. Bij elke suïcide zijn er gemiddeld 18 direct betrokkenen als nabestaande. Dit zijn vaders, moeders, echtgenoten, kinderen, vrienden of vriendinnen die met veel vragen, verwarring en soms schuldgevoelens achterblijven. Naasten van suïcidale personen proberen op allerlei manieren hun dierbare te ondersteunen maar worstelen met de vraag hoe ze dat aan kunnen pakken en kunnen uitgeput en ontmoedigd raken.

Een suïcide komt meestal niet uit de lucht vallen, hoewel dat soms voor de directe omgeving wel zo lijkt. Een suïcide is een eindpunt van een vaak lang proces. Elke fase biedt mogelijkheden het proces te keren. Mensen die uiteindelijk suïcide plegen denken daar eerst aan, vaak al langere tijd. Deze gedachten aan suïcide komen bij veel mensen voor, soms al vanaf de jeugd. Een aanzienlijk deel van hen die aan suïcide denken doen een suïcidepoging of beschadigen zichzelf opzettelijk. Elk stap in dit proces verhoogt de kans om uiteindelijk te sterven aan suïcide. Doorbreken van suïcidegedachten en voorkomen van pogingen is preventie van suïcide.

De Ivonne van de Ven Stichting ziet suïcide niet als een welbewuste keuze. Mensen die suïcidaal zijn ervaren veelal onverdraaglijke problemen waaruit ze geen enkele andere uitweg meer zien dan suïcide. Bij mensen die aan suïcide denken spelen veelal psychische problemen (zoals depressiviteit) in combinatie met relationele problematiek, financiële zorgen of eenzaamheid. Ook kan een suïcide getriggerd zijn omdat iemand in het verleden veel tegenslag ervaren heeft, zoals verlieservaringen of uitzichtloze (sociale) omstandigheden. Dit is bij elke persoon verschillend.

De ontwikkeling van suïcidegedachten gaat veelal samen met een feitelijk of gepercipieerd onvermogen om problemen op te kunnen lossen (gevoel van klem zitten; entrapment). Er wordt geen andere manier gezien om de “psychische pijn” te verminderen, dan door gedrag waarmee feitelijk alles verdwijnt. Een suïcide (poging) is in de meeste gevallen op te vatten als een wanhoopsdaad waarin de betrokkene geen uitweg meer ziet uit het lijden en geen keuzes meer ziet. Mensen die suïcide plegen willen niet op basis van weloverwogen en rationele overwegingen dood, maar willen dat hun lijden ophoudt.

Onze visie op suïcidepreventie

Veel suïcides zijn te beschrijven als een definitieve oplossing voor een tijdelijk probleem. Er zijn talloze voorbeelden van mensen die na een lang proces met de juiste hulp en steun minder suïcidaal zijn. Sommigen die een suïcide hebben overleefd geven na herstel aan dat zij blij zijn dat hun stap niet fataal afgelopen is. Activiteiten waarmee voorkomen kan worden dat mensen suïcide plegen kunnen zich dus richten op mensen in verschillende stadia van de ontwikkeling van suïcidaliteit.

Of zelfs al daarvoor: door bijvoorbeeld een goed economisch beleid zullen minder mensen in financiële problemen komen. Mensen die gedachten aan suïcide hebben kunnen geholpen worden alternatieve gedachten te ontwikkelen. Mensen die echt professionele hulp nodig hebben kunnen geholpen worden door de zorg beter te maken. En mensen die op het punt staan om suïcide te plegen kunnen geholpen worden door het moeilijker voor ze te maken dit te doen en ze daarmee de tijd te geven om aan hun problemen te werken (beperken van beschikbaarheid van middelen). Zo is bekend dat het verpakken van paracetamol in doordrukstrips in plaats van grote bulkverpakkingen het aantal suïcidepogingen sterk heeft verminderd. Maar ook in de bredere maatschappij is het belangrijk dat de wijze verandert waarop er gekeken wordt naar mensen die worstelen met suïcidaliteit. Welke betekenis geven suïcidale mensen zelf, hun naasten (en eventueel nabestaanden) eraan? Laten zij zich leiden door mythes over suïcidaliteit? Is die betekenisgeving gefundeerd in wat we weten over suïcidaliteit en draagt de zienswijze bij aan herstel of komt het voort uit onmacht, leidt het tot fatalisme en vergroot het de wanhoop alleen maar? Er kan een preventieve werking uit gaan van betere bespreekbaarheid van suïcidaliteit die ontdaan is van mythes. 

Ons Beleid

Om suïcides te voorkomen staat de Ivonne van de Ven Stichting een brede, integrale aanpak voor waarbij we ons richten op vier werkgebieden: de overheid, de professionals in de zorg, verschillende maatschappelijke domeinen, en naasten/ nabestaanden.

Overheid

De landelijke overheid heeft de afgelopen jaren suïcidepreventie bevorderd met een meerjarige Landelijke Agenda suïcide preventie van het ministerie van VWS.

Ook is de Multidisciplinaire richtlijn Diagnose en Behandeling Suïcidaal Gedrag tot stand gekomen en het Ketendocument voor betere samenwerking bij het voorkomen van suïcidaliteit in de regio. Bovendien is er in 2015 een meerjarig onderzoeksprogramma ter ondersteuning van de suïcidepreventie van start gegaan.

Het gaat er nu om dat suïcidepreventie op de werkvloer in de zorg en in andere domeinen echt vorm gaat krijgen. Dat vraagt een enorme inspanning en daarom blijven we de overheid aanspreken op de omvang van de inspanningen en op de resultaten. Bij een zo ernstig maatschappelijk probleem als suïcidaliteit zijn een hoge prioriteit, een doortastende aanpak en substantiële investeringen van de kant van de overheid nodig om het tij te keren.

Met de juiste prikkels en interventies kan de overheid tal van partijen in positie brengen zodat er daadwerkelijk betere preventie vorm krijgt. We spiegelen ons daarbij aan het overheidsbeleid ten aan zien van verkeersveiligheid. Dankzij dit beleid is het aantal verkeersdoden aanzienlijk teruggebracht.

De overheid kan kaders geven en sanctionerende maatregelen nemen. Hierbij past ook een meer krachtdadig en pro-actief optreden van de Inspectie van de Gezondheidszorg. Van de Inspectie verwachten wij dat jaarlijks aan de hand van duidelijke criteria gemonitord en gerapporteerd wordt of zorginstellingen een afdoende suïcidepreventiebeleid uitvoeren. Waar dat onvoldoende is, passen sancties door de overheid.

Professionals in de zorg

Er zijn goede voorbeelden van zorginstellingen in Nederland die prioriteit geven aan suïcidepreventie en het met veel empathie en aandacht voor betrokkenen aanpakken. Toch kunnen veel professionals in de zorg in onze ogen meer doen om suïcides te voorkomen. Zij gaan nog te vaak uit van mythes over suïcidaliteit, sluiten niet aan bij de nieuwste inzichten, gebruiken niet de beste instrumenten, de meest effectieve interventies, missen soms een passende beroepshouding en kunnen niet voldoende adequaat omgaan met suïcidale mensen en hun naasten. De ontwikkeling van de Richtlijn is een stap geweest in de goede richting; de implementatie hiervan gaat echter veel te langzaam. Dat geldt ook voor de mate waarin professionals geschoold en bijgeschoold worden. Het is onbegrijpelijk dat in de basisopleiding en in de nascholing een visie op en methodieken voor suïcidepreventie amper aandacht krijgen. We gaan de beroeps- en brancheverenigingen aanspreken op de certificering en het curriculum voor de opleiding van hun professionals.

We verwachten van besturen van zorginstellingen dat zij een suïcidebeleid hanteren en dit monitoren. In een zorginstelling is het beschermen van het leven, c.q. het voorkomen van suïcide een kwaliteitseis.

Maatschappelijke domeinen

We zijn voorstanders van een brede aanpak van de preventie van suïcidaliteit. De sociaal maatschappelijke hulpverlening, de algemene gezondheidszorg en GGZ spelen daarbij natuurlijk een belangrijke rol . Echter: ook andere maatschappelijke domeinen zijn aan zet: de pers/ media, verkeer/ vervoer en middelen, het onderwijs en het sociaal- economische domein. Een minderheid van suïcidale mensen is in behandeling; de meerderheid is niet in beeld bij de GGZ. Wij streven er naar dat ook die laatste groep bereikt wordt, bijvoorbeeld door versterking van E-mentalhealth, aandacht voor dit onderwerp op de werkplek, in het onderwijs en via ondersteuning van naasten.

We willen in de gehele maatschappij een omslag bewerkstelligen in hoe we in onze samenleving omgaan met mensen die zo in de knoop zitten met zichzelf en dusdanige problemen ervaren dat zij geen andere oplossing zien dan suïcide. Daarvoor is een brede communicatiestrategie nodig die duidelijk maakt dat suïcide geen vanzelfsprekende stap is in een problematische situatie.

Ook de berichtgeving over suïcide in de media vraagt continue aandacht. De door ons geïnitieerde 10 Tips voor journalisten (www.ivonnevandevenstichting.nl) bewerkstelligen verantwoorde berichtgeving over suïcide in de media. We willen kopieergedrag en negatieve of juist te romantiserende beeldvorming voorkomen. Het toezien op het hanteren van de 10 Tips voor journalisten blijft hoog op onze agenda staan.

Ook het onderwijs is één van die maatschappelijke domeinen die een cruciale rol kan spelen in de preventie van suïcide. Op school kunnen jongeren alternatieve probleemoplossingsstrategieën aanleren. Ook is via scholen vroege signalering mogelijk. Hoe eerder er in het suïcidale proces kan worden ingegrepen, hoe groter de kans is dat dit niet tot een onomkeerbare afloop zal leiden. We stimuleren en volgen suïcidepreventie beleid van onderwijsinstellingen, de inzet van sociaal-emotionele programma’s op school en de inzet van gatekeepers.

Naasten en nabestaanden

Eveneens belangrijk bij suïcidepreventie is de ondersteuning van naasten (familieleden en vrienden) van suïcidale mensen en van nabestaanden van suïcide. Dit is volgens ons niet alleen een kwestie van goed fatsoen, maar ook van suïcidepreventie. De niet effectieve opvattingen over suïcidaliteit en het taboe om er over te spreken kunnen naasten in de weg zitten om hun dierbaren op adequate wijze te ondersteunen. Ook daarom willen we de mythes uit de wereld helpen.

Het verhaal van nabestaanden na een suïcide kan bijdragen aan inzicht in wat er mis ging en hoe het beter kan. Wij vragen van GGZ instellingen om bij de evaluatie van een suïcide ook altijd nabestaanden te vragen een schriftelijke evaluatie van hun kijk in te brengen. Met onze monitor (www.ivonnevandevenstichting.nl) brengen we verhalen bij elkaar van nabestaanden en geven zo stem aan hun ervaringen.

Nabestaanden vormen zelf ook een risico groep; de impact van het verlies van een dierbare door suïcide is vaak zeer groot. Nabestaanden zijn soms in verwarring over de toedracht en achtergronden. Er zijn tal van initiatieven die hen een platform bieden om met hun vaak gecompliceerde rouw om te gaan. Er zijn zowel steungroepen in de GGZ als zelfhulpgroepen (onze website biedt hier informatie over). Wij stimuleren een samenhangend aanbod en bewaking van de kwaliteit van het aanbod.